Sofie Golaszewski (OKAN HIVSET)

Interview Sofie Golaszewski

Deze keer nemen we een kijkje achter de schermen van de OKAN-vestiging in de Zandstraat. We worden hartelijk ontvangen door Sofie Golaszewski. Dat dé OKAN-leerling niet bestaat, wordt al snel duidelijk.

Jouw digitale handtekening bloklettert netjes ‘Vestigingsverantwoordelijke OKAN’. Wat moeten we daaronder verstaan?

Sofie: “In onze OKAN-werking vanuit HIVSET werken we sinds de vluchtelingencrisis van 2015 met antennescholen. Door de grote instroom van nieuwkomers konden die immers niet allemaal terecht bij de moederschool en zo opteerden we voor een regionale spreiding van de anderstalige jongeren. Voor deze formule werd tijdens de Oekraïnecrisis in het voorjaar van 2022 opnieuw gekozen en om de werking in de verschillende ‘vestigingsplaatsen’ te stroomlijnen zijn er dus vestigingsverantwoordelijken.  Dat is iemand die alles ter plekke een beetje coördineert, overlegt met de lokale directie, de nieuwe leerkrachten opvangt, de werking van OKAN afstemt op de leefregels van de gastschool… Allemaal heel praktisch dus.”

Houdt dit dan in dat een OKAN-leerling per vestiging andere regels moet volgen?

Sofie: “Dat klopt. Hier op PT2O, mogen ze bijvoorbeeld ’s middags een gsm gebruiken. Op HIVSET mag dat niet. Dat is dus wel wat gepuzzel. Daarnaast sta ik ook in voor de lokale permanentie en vang ik hier de laatkomers op.”

Dat lijkt me al een serieuze dagbesteding. Geef je daarnaast ook nog les?

Sofie: “Ja (lacht), 17 uur. Voor die coördinatie taak heb ik 3 BPT-uren tot mijn beschikking.”

"Onze leerlingen Nederlands leren is de basis van het OKAN-onderwijs, maar we vertalen dit ook naar inhouden die eerder gelinkt zijn aan wiskunde, godsdienst, ICT, sociale vaardigheden, PAV…"

 

Verschilt een gemiddelde OKAN-lesdag significant met eentje uit het regulier onderwijs?

Sofie: “Onze leerlingen Nederlands leren is de basis van het OKAN-onderwijs, maar we vertalen dit ook naar inhouden die eerder gelinkt zijn aan wiskunde, godsdienst, ICT, sociale vaardigheden, PAV… Aan wiskunde en ICT hechten wij erg veel belang, omdat we de leerlingen toch voorbereiden op een overstap naar het secundair onderwijs.  De leerlingen hebben wel vrij op woensdag- én vrijdagnamiddag, maar dan hebben wij overleg.”

Godsdienst? Dat lijkt me gezien de brede instroom niet zo evident!

Sofie: “Het is een kennismaking, omdat er ook wel wat waarden en gebruiken aan verbonden zijn in onze maatschappij. Zo hebben we vlak voor Kerstmis onder andere een projectdag rond het thema ‘Feest’. Dit komt dan eerst uitgebreid aan bod in alle klassen zodat iedereen al goed weet waarover dit gaat. Bovendien maken we ook voortdurend de vergelijking met andere godsdiensten.”

Ik kan me voorstellen dat jullie met zeer heterogene groepen moeten werken. Hoe pakken jullie dat aan?

Sofie: “Bij de introductieweek moeten de leerlingen een aantal instaptoetsen afleggen.  Zo kunnen we het niveau bepalen en kijken bij welke groep ze best aansluiten.”

Maar jullie krijgen toch bijna elke week nieuwe instromers? ‘Elke dag is 1 september’, was toch lang het credo in het OKAN-onderwijs?

Sofie: “We zijn nu in september al met een 200 leerlingen gestart, dus onze aanpak zal dit schooljaar serieus moeten verschillen. Een aantal jaar geleden startten we op met een 60 leerlingen en liep onze school geleidelijk aan vol. Dat is nu wel anders. Als er in de loop van het schooljaar nog instromers zijn, leggen die de instaptoetsen af bij de intake.”

Jullie instroom is breed, het instapniveau is anders. Er zal dan ook een serieuze nood aan differentiatie zijn?

Sofie: “Daar zetten we inderdaad heel hard op in. In de loop van de jaren hebben we binnen HIVSET heel wat expertise weten op te bouwen rond werken met anderstalige nieuwkomers. Al het materiaal dat zo ontwikkeld is, staat op een gedeelde schijf waar iedereen naar goeddunken uit kan putten. Natuurlijk moet je bepaalde dingen wel eens aanpassen aan de concrete situatie. In OKAN kan je ook moeilijk klassikaal doceren: de meeste leerlingen zijn dan ook individueel aan het werk en zijn op hun eigen tempo de materie aan het inoefenen.  Daarnaast zit de differentiatie ook al vervat in de klasindeling. Zo zetten we bijvoorbeeld leerlingen die nog geen basisinstructies kregen in eenzelfde klasgroep. Natuurlijk zijn er in elke groep nog serieuze niveauverschillen, maar dan zien we ook dat de leerlingen elkaar helpen. Vooral wiskunde blijft een lastige om mee te differentiëren. In Oekraïne wordt daar bijvoorbeeld heel hard op ingezet, in andere landen is dat beduidend minder.”

"Ik schrik ervan met welke drive ze hier op de schoolbanken zitten, zeker als je weet met welke rugzak ze hier in België zijn aangekomen."

 

Hoe zit het eigenlijk met de motivatie van de jongeren?

Sofie: “Daar hebben we over het algemeen niet over te klagen. Ik schrik ervan met welke drive ze hier op de schoolbanken zitten, zeker als je weet met welke rugzak ze hier in België zijn aangekomen. Vaak weten we ook het fijne niet van alle verhalen die ze met zich meedragen. Bij de oudere leerlingen is het soms wat lastiger. Die hun hoofd staat al wel eens naar werken en die zien het nut van de lessen niet altijd meer in. Maar ook voor hen werken we dan aan een programma op maat. We vangen hier ook wel wat alleenstaande minderjarige asielzoekers op en die willen er echt wel voor gaan. Je voelt ook dat je voor hen meer bent dan alleen maar een leerkracht. We doen ook ons best om ouders en voogden bij het hele verhaal te betrekken. Zo organiseren we infoavonden waarin we onze werking duidelijk proberen te maken. En dat werkt wel!”

Heel wat van jullie leerlingen hebben het waarschijnlijk niet erg breed. Hoe zit het met de aankoop van schoolmateriaal?

Sofie: “Elke leerling krijgt bij de start een map, een agenda en sportkledij mee. Voor de agenda en het T-shirt betalen ook onze OKAN-jongeren mee, dat communiceren we duidelijk bij de inschrijving. Ze moeten enkel een pen en een schooltas bij hebben de eerste schooldag. Het creamateriaal voorzien we zelf. Vanaf dit jaar staat er voor elke leerling ook een Chromebook ter beschikking. Die blijft wel op school, maar daar mogen ze steeds mee werken in de klas.”

Ik kan me voorstellen dat werken rond welbevinden met dit specifiek publiek ook een hele uitdaging is?

Sofie: “Dat klopt! Dat vinden we heel erg belangrijk. We voorzien al de nodige basiszorg in de klassen en werken heel traumasensitief, maar daarnaast hebben we ook enkele leerlingbegeleiders die daar rond werken. In ons leerlingvolgsysteem proberen we ook kort op de bal te spelen, zodat het team direct op de hoogte is en het dan besproken kan worden op de B-cel of met het CLB erbij. Time-out, NAFT-trajecten lopen ook binnen OKAN.”

"We zetten ook bewust in op een multidisciplinair team met zowel taalkundigen als menswetenschappers."

 

Vinden jullie nog voldoende personeel met die grote toestroom?

Sofie: “We zijn dit schooljaar gewoon kunnen opstarten, maar in de loop van vorig jaar hebben we serieus moeten zoeken. We mochten toen ook afwijken van het gewone regime en konden ook mensen inschakelen die niet over een pedagogisch diploma beschikken. Er zijn heel wat leerkrachten die heel bewust kiezen voor het OKAN-onderwijs. Dat geldt ook voor mezelf. Mijn achternaam verraadt dat mijn roots ook elders liggen. (lacht) Ik zag met mijn eigen ogen bij mijn vader hoe belangrijk goed Nederlands en een goed onthaal in België zijn. Destijds bestond er nog geen OKAN-onderwijs, maar gelukkig had ik een groottante die leerkracht Nederlands was en hem zo de basis meegaf.

We zetten ook bewust in op een multidisciplinair team met zowel taalkundigen als menswetenschappers. En daarnaast zorgen we voor een goede aanvangsbegeleiding en hebben we een heel hecht team. Ook het volgen van nascholingen moedigen we erg aan, zowel inhoudelijk, rond zelfzorg of rond dat traumasensitief werken bijvoorbeeld.”

Na een jaar OKAN komen de leerlingen terecht in het secundair onderwijs. Hoe zorgen jullie ervoor dat die overgang smooth verloopt?

Sofie: “Momenteel zijn daar 3 vervolgcoaches fulltime mee bezig en er is nu ook een vacature uitgeschreven voor 2 extra krachten. Omdat we nu al met 200 leerlingen gestart zijn in september, hebben we ook die aanpak moeten herzien. Die coaches hebben de laatste jaren hun werking proberen uit te bouwen, stellen doorstroomdossiers op en nemen deel aan toelatingsklassenraden. Van de scholen krijgen we ook heel wat feedback terug. We zetten ook heel hard in op de talenten van de leerlingen en proberen hen te begeleiden vanaf het moment dat ze instromen totdat ze hier vertrekken. We doen dit op een heel realistische manier, zodat we hen naar een geschikte vervolgschool kunnen toeleiden.”

"Ik droom ook van een uitgebreid aanbod aan zomeractiviteiten voor onze OKAN-leerlingen!"

 

Welke droom heb je nog voor het Turnhoutse OKAN-onderwijs?

Sofie: “Dat we in meer scholen de kans krijgen om op een warme manier samen te werken. Het is voor onze OKAN-leerlingen altijd een meerwaarde om al snel in contact te staan met een ‘gewone’ secundaire school. Voor de leerlingen van onze gastscholen is het meteen ook een eyeopener om OKAN’ers die nog niet lang in België zijn, te ontmoeten en hen niet alleen als ‘vreemden’ te zien, maar als echte schoolgenoten. Hier op PT2O bijvoorbeeld sporten de leerlingen samen met onze OKAN’ers tijdens de middag. Geweldig om te zien! We zitten binnenkort samen om dit nog verder uit te werken.

Ik droom ook van een uitgebreid aanbod aan zomeractiviteiten voor onze OKAN-leerlingen of misschien zelfs voor tieners in het algemeen. Ik denk dan aan sportactiviteiten, workshops, kampen... waar ze aan kunnen deelnemen. Ik nam deze zomer zelf vrijwillig deel aan de zomerschool van Stad Turnhout voor lagere schoolkinderen en het zou fantastisch zijn, mocht er iets gelijkaardigs kunnen komen voor OKAN’ers die nog niet lang in België zijn.

En ik zou zeker nog willen inzetten op nog meer ondersteuning voor de leerkrachten én nog meer wisselwerking tussen OKAN- en niet-OKAN-leerkrachten in Turnhout. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat de overgang naar het regulier onderwijs vlot kan verlopen voor de leerlingen.”

We dromen mee! Hartelijk dank voor dit interview!