Elf Kempense gemeenten kiezen voor één sociale woonmaatschappij

4
oktober
2021

Elf gemeenten beslissen samen om vanaf 1 januari 2023 een eengemaakte sociale woonmaatschappij te vormen. De nieuwe woonmaatschappij zal sociale woningen verhuren, koopwoningen bouwen en leningen verstrekken, en komt zo in de plaats van de bestaande sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM) en sociale verhuurkantoren (SVK). Het gaat om de gemeenten Baarle-Hertog, Balen, Beerse, Dessel, Kasterlee, Lille, Mol, Oud-Turnhout, Retie, Turnhout en Vosselaar. Andere gemeenten uit de Kempen die nog willen aansluiten, zijn welkom.

In de loop van oktober geven de gemeenteraden advies aan de Vlaamse regering over het werkingsgebied van de toekomstige woonmaatschappij. De gemeenten delen ook een aantal randvoorwaarden mee.

Schaalgrootte als troef

‘Het is de Vlaamse regering die bepaalde dat de sociale huisvestingsmaatschappijen en de sociale verhuurkantoren tegen 1 januari 2023 één actor moeten vormen en dit zodanig dat in iedere gemeente maar één sociale verhuurder meer actief is: de woonmaatschappij’, zegt Ward Kennes, voorzitter van de Conferentie van Kempense burgemeesters. Elke woonmaatschappij opereert in een uniek, niet-overlappend werkingsgebied. Bedoeling is om op deze manier de dienstverlening en de transparantie te verhogen via een eenloketsysteem, één inschrijvingsregister en een duidelijker zicht op het volledige aanbod. Bovendien wordt zo een betere afstemming bereikt tussen de werkgebieden van enerzijds de SHM’s die zelf woningen bouwen om te verhuren en anderzijds de SVK’s die woningen huren op de private huurmarkt om verder te verhuren. ‘De afgelopen maanden werd er binnen de conferentie van burgemeesters een oefening gemaakt voor de Kempen. Die resulteert in drie woonmaatschappijen: een voor het zuiden van de Kempen, een voor vijf gemeenten in het noorden van onze regio en tot slot onze woonmaatschappij met de elf gemeenten die vandaag een intentieverklaring tekenen .’

De elf gemeenten kiezen er bewust voor om een nieuwe woonmaatschappij te vormen die voldoende groot en krachtig is. Schepen Bert Kenis van Balen licht toe: ‘Het is niet aangewezen om het werkingsgebied te beperken tot het grondgebied van één gemeente. Een woonmaatschappij met voldoende schaalgrootte geeft meer kansen om expertise en efficiëntiewinsten te delen. Daarom vormen we één woonmaatschappij voor meerdere gemeenten die maximaal voortbouwt op de werkingsgebieden van de bestaande woonactoren. Tegelijkertijd kiezen we voor nabijheid, zowel voor de huurders als voor de lokale besturen. Dat doen we door de kantoren van de Molse Bouwmaatschappij en DE ARK te behouden en te werken met subcomités. Een subcomité voor de regio Baldemore en een voor de Stadsregio, aangevuld met Lille, Kasterlee en Baarle-Hertog, voor een besluitvorming op maat van deze kleinere gebieden binnen een groter geheel.’ De elf gemeenten willen zo een financieel gezonde nieuwe woonmaatschappij vormen die voldoende slagkracht heeft én die nabij is.

De nieuwe woonmaatschappij voor elf gemeenten komt in de plaats van de bestaande huisvestingsmaatschappijen DE ARK en de Molse Bouwmaatschappij en SVK Noorderkempen. Daarnaast worden woningen overgedragen van en naar andere SHM’s en SVK’s zodat er maar één maatschappij per gemeente actief is. Het gaat dan om woningen van SHM De Noorderkempen, SHM Geelse Huisvesting, SVK ISOM en SVK Zuiderkempen.

Nabijheid als randvoorwaarde

De afbakening van het werkingsgebied is slechts de eerste stap van het traject. Nog belangrijker is hoe de nieuwe maatschappij zal werken. Schepen Kelly Verheyen van Stad Turnhout: De elf gemeenten werken de volgende maanden samen met de sociale woonactoren aan een sterke visie voor onze nieuwe woonmaatschappij. Speerpunten zijn een vlotte bereikbaarheid en laagdrempelige dienstverlening, een sterk aanbodbeleid van nieuwe sociale woningen naast gerenoveerd verouderd patrimonium én een evenwichtig toewijzingsbeleid dat rekening houdt met lokale noden en begeleiding van huurders, met het oog op leefbare woningen en buurten. Dat alles uiteraard binnen een financieel gezond plaatje.’